TERUG naar Overzicht van Vc 2000 en Vc 2013
In onderstaande tabel staat in de linker kolom de tekst van de bepaling zoals die momenteel luidt in Vc 2013.
In de rechter kolom staat de oorspronkelijke tekst zoals die (in verschillende bepalingen) in de Vc 2000 voorkwam.
Vc 2013

Vc 2013 - A2 / 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus

In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, lid 1, onder e Vb moet een geldig visum zijn.

Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • het onderzoek wordt verricht door een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen;

  • andere manieren hebben niet geleid tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.

  • De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:

  • onmiddellijk verzenden van het vingerafdrukkenformulier naar de DNRI met daarop de afgenomen vingerafdrukken van de opgehouden persoon;

  • raadplegen van gegevens van de vreemdelingenadministratie;

  • het OPS en het (N)SIS raadplegen of de opgehouden persoon onder de opgegeven (of inmiddels vastgestelde) identiteit voorkomt.

  • Als de opgehouden persoon opgeeft in een gemeente buiten de politieregio waar het onderzoek plaatsvindt te wonen, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor het onderzoek de Korpschef inschakelen van het politiekorps waarin de opgegeven gemeente is gelegen.

    De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grensco√∂rdinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.

    De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.

    Vc 2000
    A3/3.6.1Onderzoek aan kleding of lichaam en het doorzoeken van zaken
    A3/3.6.2 Onderzoek identiteit
    A3/3.6.3 Onderzoek verblijfsstatus

    top

    Vc 2000 Deel A - 3 / 3.6.1. Onderzoek aan kleding of lichaam en het doorzoeken van zaken

    Ambtenaren belast met grensbewaking of met toezicht op vreemdelingen zijn, voorzover dat voor de vaststelling van de identiteit noodzakelijk is, bevoegd de opgehouden persoon aan kleding of lichaam te onderzoeken. Deze bijzondere op grond van de Vw toegekende bevoegdheid dient niet verward te worden met een veiligheidsfouillering of arrestantenfouillering op grond van de Politiewet of een identiteitsfouillering op grond van het WvSv.

    Voorts zijn deze ambtenaren bevoegd zaken zoals bagage te doorzoeken. Een onderzoek aan de kleding of aan het lichaam of het doorzoeken van bagage komt slechts in aanmerking, nadat alle andere middelen tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon zonder resultaat zijn gebleven.

    Een onderzoek aan lichaam of kleding dient te geschieden door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die onderzocht wordt.

    Ook degene die stelt dat hij Nederlander is, maar dat niet kan aantonen, kan aan de hiervoor genoemde maatregelen onderworpen worden.

    top

    Vc 2000 Deel A - 3 / 3.6.2. Onderzoek identiteit

    De opgehouden vreemdeling is op grond van artikel 4.45 Vb verplicht ter vaststelling van zijn identiteit zich te laten fotograferen en vingerafdrukken van zich te laten nemen. Het vingerafdrukkenformulier moet onmiddellijk worden gezonden naar de DNRI.

    Voor de vaststelling van de identiteit van de vreemdeling kan vaak een nuttig gebruik worden gemaakt van de gegevens die bij de DNRI beschikbaar zijn. In het belang van het onderzoek naar de identiteit dienen ook de gegevens van de vreemdelingenadministratie geraadpleegd te worden. Het is namelijk niet uitgesloten dat een vreemdeling reeds eerder in Nederland werd aangetroffen.

    Tevens dient nagegaan te worden of de vreemdeling onder de opgegeven of vastgestelde identiteit gesignaleerd staat in het OPS en het (N)SIS.

    top

    Vc 2000 Deel A - 3 / 3.6.3. Onderzoek verblijfsstatus

    Wanneer een vreemdeling op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf is staande gehouden en het is niet mogelijk de identiteit en de andere relevante gegevens van de betrokkene met voldoende zekerheid aan de hand van een geschikt document vast te stellen, kan een eigen opgave van de betrokkene omtrent zijn identiteit, nationaliteit en eventueel zijn verblijfsstatus worden gecontroleerd in de Basis Voorziening Vreemdelingen (BVV).

    Wanneer gegevens van betrokkene niet voorkomen in de vreemdelingenadministratie zal in de GBA de opgegeven nationaliteit nagegaan worden. Bij een niet-Nederlandse nationaliteit, evenals bij het aantreffen van een verblijfsstatus in de vreemdelingenadministratie die nader onderzoek behoeft, zal de verblijfsrechtelijke positie moeten worden onderzocht.

    Indien de betrokkene opgeeft in een gemeente buiten de politieregio waar het onderzoek plaatsvindt te wonen, dan vindt het onderzoek plaats met inschakeling van de Korpschef van het regionale politiekorps waarin de opgegeven gemeente is gelegen. Voor zover de vreemdeling stelt te beschikken over een verblijfsvergunning in een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of Zwitserland, wordt contact opgenomen met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum (GGC; tel. +31 (0)485-511075, fax +31 (0)485-513992, email: GGC.Kmar@mindef.nl). Blijkt dat de betrokkene niet rechtmatig in Nederland verblijft, dan zullen jegens hem de maatregelen van toezicht bedoeld in het Vb worden toegepast. Met het oog op de vraag of ten aanzien van de vreemdeling een terugkeerbesluit moet worden genomen, raadpleegt de ambtenaar belast met het vreemdelingentoezicht of grensbewaking de daarvoor beschikbare gegevens uit de Basis Voorziening Vreemdelingen (BVV). De vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning in een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of Zwitserland, maar, vanwege het verval van de vrije termijn als bedoeld in artikel 12 Vw, niet langer hier te lande mag verblijven wordt schriftelijk aangezegd terug te keren naar het land waar hij een verblijfsvergunning heeft. Indien blijkt dat de vreemdeling al eerder een aanzegging heeft gehad en de termijnen van A2/4.4.7 Vc 2000 niet in acht zijn genomen, ontvangt de vreemdeling een terugkeerbesluit. Via de BVV ontvangt bureau Sirene bericht omtrent het uitreiken van een terugkeerbesluit aan een vreemdeling met een verblijfsrecht in een ander Europees land. Vreemdelingen die een terugkeerbesluit hebben ontvangen worden uitgezet met inachtneming van hetgeen hierover in A4 bepaald is.

    Wanneer in het grensoverschrijdingsdocument van een vreemdeling geen inreisstempel is aangebracht, mag hieraan het vermoeden worden verbonden dat de houder niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden inzake de rechtmatige verblijfsduur. Dit vermoeden kan worden weerlegd wanneer de vreemdeling op enigerlei wijze geloofwaardige bewijsmiddelen overlegt, zoals vervoerbewijzen of bewijzen van zijn aanwezigheid buiten het grondgebeid van de lidstaten, waaruit blijkt dat hij de voorwaarden inzake kort verblijf heeft nageleefd.

    Indien de vreemdeling het vermoeden heeft kunnen weerleggen dat hij illegaal in Nederland verblijft, dient de bevoegde ambtenaar in het grensoverschrijdingsdocument van de vreemdeling een aantekening te plaatsen op welke datum en welke plaats hij de buitengrens van één van de Schengenlidstaten heeft overschreden.

    Indien de ambtenaren belast met de grensbewaking of de ambtenaren belast met het vreemdelingentoezicht constateren dat de vreemdeling niet kan aantonen dat er buiten zijn schuld geen inreisstempel is aangebracht in zijn reisdocument, moet geconstateerd worden dat er sprake is van illegaal verblijf. In dat geval dient zowel in het kader van de grensbewaking als in het kader van het MTV de gebruikelijke procedure te worden gevolgd, dat wil zeggen: de procedures voor overdracht dan wel uitzetting dienen ter hand te worden genomen.

    top
    top
    top
    top
    top