TERUG naar Overzicht van Vc 2000 en Vc 2013
In onderstaande tabel staat in de linker kolom de tekst van de bepaling zoals die op 31 maart 2013 luidde in Vc 2000.
In de rechter kolom staat de HUIDIGE tekst zoals die OP 1 april 2013 in de Vc 2013 voorkomt.
Vc 2000

Vc 2000 Deel C - 20 / 1. Karakter van de tijdelijke bescherming

In artikel 43a Vw en artikel 3.1a Vb is Richtlijn 2001/55 geïmplementeerd. In geval van een massale toestroom of een dreigende massale toestroom van ontheemden uit derde landen die niet naar hun land van oorsprong kunnen terugkeren, kan de Raad van de EU op voorstel van de Commissie besluiten dat een nader omschreven groep vreemdelingen gedurende een bepaalde periode tijdelijke bescherming zal genieten.

De vreemdeling die op grond van de richtlijn in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming in Nederland, wordt in de gelegenheid gesteld een asielaanvraag in te dienen. Hij mag als asielzoeker in Nederland verblijven, ook indien hem geen asiel is verleend. De indiening van een aanvraag is noodzakelijk voor de beoordeling of de vreemdeling inderdaad onder Richtlijn 2001/55 valt en om de noodzakelijke gegevens te registreren.

Het onderzoek naar de asielaanvraag kan vervolgens op grond van artikel 17, tweede lid, Richtlijn 2001/55 worden opgeschort voor de duur van de tijdelijke bescherming. Tijdelijke bescherming wordt ingesteld voor de duur van één jaar, maar kan oplopen tot drie jaren (zie artikel 4 Richtlijn 2001/55).

Net zoals in het geval van het besluitmoratorium (zie C19) bevat artikel 43a Vw dus een verlenging van de beslistermijn.

Beslissingen op de asielaanvraag kunnen ook worden gegeven voordat de tijdelijke bescherming is beëindigd.

Artikel 3.1a, eerste lid, Vb bevat de categorieën vreemdelingen die in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming.

Artikel 3.1a, tweede lid, Vb bevat de gevallen waarin de Minister kan besluiten om uitzetting niet achterwege te laten. Hiervoor is derhalve een expliciet besluit noodzakelijk. Indien tijdelijke bescherming in een individueel geval wordt onthouden op grond van gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid en de betreffende vreemdeling na afwijzing van de asielaanvraag Nederland moet verlaten, zullen ook diens gezinsleden, uiteraard voor zover zij niet zelf aanspraak hebben op tijdelijke bescherming op grond van artikel 31.a, eerste lid, Vb of zelf voor verlening van een verblijfsvergunning asiel in aanmerking komen, Nederland moeten verlaten.

Vc 2013
C4/22. Tijdelijke bescherming

top

Vc 2013 Deel C - 4/ 2. Tijdelijke bescherming


De Raad van de EU kan op grond van richtlijn 2001/55 besluiten een nader omschreven groep vreemdelingen voor een bepaalde periode tijdelijke bescherming te verlenen. De IND biedt een vreemdeling die in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming conform richtlijn 2001/55, in Nederland de mogelijkheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. De vreemdeling van wie de opvang op grond van de meeromvattende beschikking is beëindigd hoeft geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen, als de vreemdeling zich op het moment waarop tijdelijke bescherming conform richtlijn 2001/55 wordt ingesteld nog in Nederland bevindt.

De IND moet beoordelen of de vreemdeling onder Richtlijn 2001/55 valt en moet de voor die beoordeling noodzakelijke gegevens registreren. De IND verlengt de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van de tijdelijke bescherming.

De IND is bevoegd een beslissing te nemen op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voordat de termijn voor de tijdelijke bescherming is beëindigd.

De vreemdeling, die meent in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming conform richtlijn 2001/55, meldt zich bij een AC met het verzoek om onder de werking van het vertrekmoratorium te worden gebracht. De IND stelt vast of de vreemdeling onder de regeling van tijdelijk bescherming valt. De vreemdeling heeft het recht op opvang zolang de tijdelijke bescherming van kracht is. Voor de beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bescherming wordt verwezen naar hoofdstuk C3 Vc.


top
top